KERKELIJKE REGISTRATIE -- Achtergrondinfo-bevolkingsregistratie

 

Met de oudst bewaarde kerkboeken (doop-, trouw en begraafboeken) kunnen we meestal niet verder terug dan tot het midden van de 16e eeuw. Slechts weinig boeken zijn van voor die tijd. Het oudste boek in België gaat terug tot 1482 (St.-Goedele, Brussel) in Nederland tot 1542 (Maria-kerk, Deventer). De vroege registraties ontstonden door plaatselijke initiatieven en voorschriften.

bell-huw.jpg (17166 bytes)

Fragment trouwboek Bellingwolde

Door de toename van de bevolking werd in de late Middeleeuwen de samenleving steeds complexer, zodat behoefte aan regelgeving ontstond op diverse terreinen. Ook de kerk voelde deze noodzaak en tijdens het Concilie van Trente (1563) werden de pastoors opgedragen om dopen en huwelijken te registreren; ook een huwelijkswetgeving ontstond, omdat men daarmee een einde wilde maken aan zaken als geheime huwelijken en polygamie (zie ook huwelijksbeletsel). In de beginperiode werd de regel om dopen en huwelijken te registreren echter nog niet consequent toegepast. Pas later ging men ook over tot het registreren van begrafenissen, in eerste aanleg vooral met de bedoeling om als kasboek te fungeren voor de opbrengsten die werden verkregen uit de begraafkosten.

Tijdens de reformatie moest de katholieke kerk in de Noordelijke Nederlanden veelal plaats maken voor de gereformeerde kerk. Deze kerk nam dit registratiesysteem over en voegde lidmatenregisters toe. Naast de Staatskerk die vanaf de Synode van Dordrecht (1618) de streng Calvinistische leer koos, werden andere kerken min of meer oogluikend (tegen een betaling van een boete ...)  toegestaan. In de katholieke schuilkerken mochten kinderen worden gedoopt, maar het huwelijk was alleen rechtsgeldig als dit voor een dominee van de gereformeerde (Nederduitse) kerk of voor het gerecht plaatsvond.

Naast de katholieken waren er ook nog andere kleine kerkgemeenschappen. Voor hen gold de rechtsgeldigheidsregel van het huwelijk zoals voor de katholieken. De belangrijkste gemeenschappen zijn:

m-simons.jpg (14419 bytes)

De volgelingen van deze Menno Simons (1496-1561) werden wederdopers genoemd of doopsgezinden.
(Uit: J.I. Israel, De Republiek 1477-1806, Franeker, 1996)

 

In het huidige België zijn op wat uitzonderingen na alleen katholieke registers voorhanden. Wel kennen we bijvoorbeeld van de garnizoenssteden -die deel uitmaakten van de barri�resteden- gereformeerde registers.

Nog enkele opmerkingen over de doop-, trouw en begraafboeken. Er waren geen uniforme regels over hoe inschrijving precies moesten plaatsvinden. Als er al iets over werd afgesproken gold dat plaatselijk. Vandaar dat de gegevens die zijn genoteerd sterk kunnen verschillen per plaats en tijd. Wees bij onderzoek altijd bedacht op hiaten in de boeken; soms ontbreken er enkele maanden of jaren, kleinere hiaten zijn niet eens altijd te herkennen.
In katholieke registers zijn de inschrijvingen vrijwel altijd in het Latijn genoteerd.
Wat de trouwboeken betreft bestaan er ondertrouw- en trouwinschrijvingen. In de gereformeerde kerk treffen we hoofdzakelijk ondertrouwregisters aan. Begraafregisters vermelden meestal de begraafdatum en dus niet de overlijdensdatum. Oorspronkelijk werd in de Noordelijke Nederlanden alleen in gereformeerde kerken begraven, d.w.z. ook katholieken zijn in de gereformeerde begraafboeken terug te vinden.

Naast de hiervoor genoemde registraties kunnen de kerkelijke archieven nog veel interessante gegevens bevatten voor de onderzoeker, mede afhankelijk van het feit of er van een betreffende persoon redenen waren om iets te noteren. Te denken valt bijvoorbeeld aan de armenzorg en de notulen van de  kerkeraad. Een blik in de inventaris van het archief van de plaatselijke kerk is daarom zeker de moeite waard.