MILITAIREN IN INDIË

 

 

Een familielid gaat -vermoedelijk als militair- naar Harderwijk en is daarna verdwenen ...

Als het familielid inderdaad dienst heeft genomen als militair, is hij vrijwel zeker aangeworven en opgeleid door het Koloniaal Werfdepot Harderwijk(*). Elke militair voor de koloniale dienst werd geregistreerd in militaire stamboeken. Vrijwel alle stamboeken (periode 1815-1949) worden beheerd door het Algemeen Rijksarchief (ARA) in Den Haag. Belangrijk is te weten dat de toegang tot de stamboeken verloopt via inventarisnummer 2.10.50, aanwezig op studiezaal I. De stamboeken van 1815-1817 heten Controleboeken, de stamboeken vanaf 1817 heten Suppletiefolio's. Belangrijk is, dat je het jaartal weet. Je moet dan het stamboek van 1886 opvragen. In het stamboek staan gegevens van de persoon, zijn ouders, met welk schip hij naar Ned.-Indië is vertrokken, in welke plaats in Indië gedebarkeerd, naam legeronderdeel, etc. Als je hierin ook nog het zgn. Algemeen Stamboeknummer terug weet te vinden, dan verwijst dit nummer weer naar gegevens van de militair over zijn dienstperiode in Indië, zoals: krijgshandelingen, veldslagen, bevorderingen, onderscheidingen, straffen, legeronderdelen, wanneer en waarom afgegaan (uit dienst gegaan), engagement (pensioen) waar en wanneer overleden, etc.

Het besluit "Algemeene Orders voor het Nederlandsch-Oost-Indisch leger" van 4 december 1830 van de Gouverneur-Generaal Van den Bosch, geldt als het begin van een afzonderlijke koloniale krijgsmacht. In 1836 kreeg het leger het predikaat "Koninklijk", op gezag van Willem I. In het spraakgebruik werd dit predikaat bijna een eeuw niet gebruikt, en werd het overzeese leger steevast aangeduid als het (Oost-)Indisch leger. Pas nadat minister-president Hendrik Colijn, zelf voormalig officier in het koloniale leger, in 1933 het KB van 1836 ter sprake bracht, raakt de officiële benaming Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL) ingeburgerd.

(*) Het legeronderdeel dat in Nederland (na de Franse overheersing) recruten aanwierf en voorbereidde op de dienst bij het leger in de koloniën, was gevestigd in Harderwijk. Van 1815-1822 heette dit legeronderdeel het Depot-Bataljon en van 1822-1843 het Algemeen Depot van de Landmacht. Vanaf 1843 kreeg het de naam Koloniaal Werfdepot. Het Werfdepot viel onder het Ministerie van Oorlog. Waren de recruten eenmaal aan boord van het schip dat hen naar de koloniën bracht, vielen ze onder het Ministerie van Koloniën.
Om het enigszins complex te maken: aanmelding voor de koloniale dienst kon vanaf 1890 ook geschieden via het Korps Koloniale Reserve te Nijmegen. Pas in 1909 werd Koloniaal Werfdepot te Harderwijk opgeheven (het had een zeer slechte naam en lage reputatie, het gootgat van Europa werd het genoemd), en verliep de instroom vanuit Nederland uitsluitend nog via Nijmegen.

Het Nationaal Archief (NA) geeft 2 informatiebrochures (gratis) uit, met aanwijzingen voor het doen van onderzoek.
Verder is aanbevelenswaard de onderzoeksgids "Soldaten Overzee. Aanwijzingen voor het doen van onderzoek naar Onderofficieren en Minderen bij het KNIL". Auteur: Jan H. Kompagnie, verkrijgbaar bij NA en CBG.

Antwoord van Ed Hupkens / 22 en 25 juli 1999

 

....... [top]

----------------