Hypotheken voor het gerecht van De Haar 1707...1796

R.A Utrecht, dorpsgerecht De Haar/Haarzuilens (R 49), inv.nr 711

Transcriptie van Mark Glissenaar


09.01.1707

Aart Willemsz van Schaick, wonende in De Haar, Herman Willemsz tot Amsterdam woonachtig, Roet Willemsz en Neeltje Jansdr, echtelieden tot Breukelen woonende, ende Franck Jansz van Eijck met Jannigje Willemsdr, echtelieden wonende in Nieuwcop, sijnde de voornoemde Aert, Herman, Roet ende Jannigje Willems, neffens Engeltje Willemsdr, huijsvrouw van Samuel Stels smith, mede in De Haar wonende tesamen nagelaten kinderen en erffgenamen van Willem Aertsz van Schaick, in de wandel genaamt "de Soester", ende Lijsbeth Hermensdr, in haer leven echtelieden, mede gewoont hebbende te De Haar, ende verklaarden de comparanten, mits desen gesamenderhand en elcx bijsonder voor soo veel hun ijder is aengaende, te renuntieren en vertijck van sekere huijsinge ende erve, staende ende gelegen onder De Haar, bij de voornoemde Willem Aertsz van Schaick ende Lijsbeth Hermensdr naargelaten, strekkende voor van De Haar aff, tot achter aen de moestuijnen van de Vrouwe van De Haar toe, daar ten noorden deselve Vrouwe van De Haar, ende ten suijden Jacob Hendricksz.

Verder bekennen Samuel Stels ende Engeltje Willemsdr van Schaick, echtelieden, schuldig te wezen aan Frans Gerbrantsz van den Deijnstel ende Gerbrant Fransz van den Deijnstel, als legitieme mombers over de onmundige kinderen van Peter Fransz van den Deijnstel, verweckt aan Maria Jansdr van Hees, ende dat ten behoeve van deselve onmudige kinderen toekomme van 150 gulden, spruijtende uijt sake van goet deugdelijk geleent geld ...... .

Schout: Cornelis van Liesveld.
Schepenen; Gijsbert Jansz Veen, Sijmon Cornelisz de Jong.
Folio: 3.

 

 

07.10.1709

Gijsbert Jansz Veen, verklaart schuldig te zijn aan de Heer Jacob Schutter, borger te Utrecht, de som van 500 caroli guldens tot 20 stuijvers 't stuck.

Daartoe vestigt hij een hypotheek op sekere 12 morgen bouwlant in De Haar, streckende uijt de Haardijk tot agter aant lant van de weduwe van Gijsbert Teunisz Veen toe, daar de laan van de Vrouwe van De Haar oostwaerts, ende de Heer Bulaus ende den comparant selfs westwaerts. Verder verschijnt Hendrik Willemsz van Leeuwen, als momber en voogd over Willem en Claasje Gijsberts van Veen, onmundige nagelaten kinderen van Annigje Willemsdr van Leeuwen, des comparants laest overleden huijsvrouw, den welcke verklaarde de voorschreve vestenisse te consenteren, gelijk Jan Gijsz Veen ende Dirck Roelofsz, als getrouwt hebbende Maria Gijsbertdr Veen, des comparants mundige voorkinderen.

Schout: Cornelis van Liesvelt.
Schepenen: Jan Tonisz de Hit, Gerbert Fransz.
Folio: 4.

 

 

23.05.1720

Dirk Mijndersz van Heusden en Maria Adrianusdr (Vagedis), echteluiden, bekenden ontfangen te hebben uijt handen van Jonkheer Antonie van Stembor de somme van 160 gulden, waer toe beloopt het capitael tot gelijke somme bij Mr. Johan Sartorius, in sijn leven advocaat 's Hoofs van Utrecht, op den 29.08.1623 op interesse verstrekt, aen schout en gemeend gebuijren van De Haar in den name ende van wegen het geheele corpus van De Haar, breder den brieff daar van sijnde, tot welck capitael met de renten van dien de voornoemde Maria Adrianusdr door Simon Cornelisz de Jongh, haar momboir ende voogt, het recht volgens cessie in overgifte van den 09.07.1703, bekomen heeft van Elisabeth van Oostweert, ende verclaerden sij comparanten aen gemelten Jonkheer Antonie van Stembor te geven cessie van actie, om 't selve capitael en de jaelijx te verschijnen renten wederom te repeteren en vorderen, ten laste van de rentgevers, als bij gemelten brieff vervat.

Schout: Cornelis van Liesvelt.
Schepenen: Simon Cornelisz de Jongh, Gijsbert Jansz Veen, Jan Teunisz de Hit.
Folio: 5.

 

 

10.11.1721

Jan Jacobsz Kock, wonende onder de gerechte van Vleuten, verklaart schuldig te zijn aan Juffr. Catharina van Schoddenburg, wonende binnen de stadt Utregt, een somme van 800 caroli guldens tot 20 stuijvers 't stuck.

Ende welke sullen worden geemplyeers tot betalinge der schulden des boedels van hem comparant en sijn overleden huijsvrou Claasje Laurensdr van der Tol, voor welke schulden des comparants kinde-ren als erfgenamen van hare overleden moeder mede aansprakelijk sijn.

Als onderpand fungeert sekere huijse en tapstede, van outs genaamt de Bijkorf, met sijn erf en 't gene daar vorder aan dependerende, strekkende voor can de gemeene weg tot agter aan 't land van de Vrouwe van De Haar, oostwaarts Harmen van Overschie met sijn huijse en gemeene muur, en westwaarts den Heere van Obdam naast gehuijsd en geland sijn.

Schout: Cornelis van Liesvelt.
Schepenen: Gijsbert Jansz Veen, Arie Hendricksz Mansveld.
Folio: 6.

 

 

29.02.1796

Henderik Berck, huijsman in de Laage Haar, voor zig zelve en als man en voogd over zijne huijsvrouwe, verklaarde schuldig te wesen aan Martinus Versteeg een som van 1000 carolie guldens a 20 stuijvers het stuk.

Als onderpand wordt gegeven 8 morgen hooij- of weijland, midsga- dersde daar op staande nieuw geboude huijzinge en verdere aanbehooringe, alles staande ende gelegen onder De Haar, strekkende van de Laag Nijcoperdijk tot over den Haardijk ter halver weteringe toe. Belend oost en westwaarts de erfgenamen van de weduwe Pieter van Duuren ofte wie daar naast geland en gelegen mogte wesen. Thans bij hem comparant bewoond en gebruijkt wordende, zijnde vrij en allodiaal goed, niet anders belast dan met 's Heeren schattingen en ongelden.

Schout: Fredrik Olivier Josephus Hacfort
Schepenen: Jan van Riet, Jan van Schaijk
Folio: 8


| tot html-pagina bewerkt door Herman de Wit, op 3 februari 2000 met toestemming van de samensteller online gebracht |

Deze pagina is een onderdeel van Geneaknowhow.net t.b.v. Digitale Bronbewerkingen Nederland en BelgiŽ