WAGENINGEN: OP DE DREMPEL VAN EXPANSIE

(Achtergrondinformatie van Luuk Keunen)

 

Wageningen stond in 1915 aan de vooravond van haar grote uitbreiding. De woningen waren nog grotendeels binnen de stadsgracht gelegen, maar langs de Rijksstraatweg naar Arnhem, de Grintweg naar Bennekom (het zuidelijke deel heet thans deels Churchillweg, deels Hoevestein) en de Nude(straat) en Straatweg naar Rhenen hadden zich concentraties van bewoning gevormd. Met name langs de weg naar Arnhem verrezen met name herenhuizen en gebouwen van de Rijks Hogere Land- en Tuinbouwschool. Ook langs de Lawiksche Allée, de relatief nieuwe weg richting Rhenen, werden grote herenhuizen gebouwd. In de uiterwaarden stonden enkele steenfabrieken, terwijl ten noordwesten van het centrum activiteiten waren langs de Binnenhaven, de aftakking van het Valleikanaal (de Grift). Spoedig daarna zou de één van de eerste volkswijken worden gebouwd langs de Postjesweg en de Harnjesweg, de nu met sloop bedreigde Irenebuurt.

Ongeveer 39 % van de aansluitingen was in 1915 binnen de Stadsgracht gelegen. Daarvan was het grootste deel dan weer aan de Hoogstraat gelegen. Deze straat ontwikkelde zich in de loop van de 19e eeuw tot de straat waaraan zich ondernemers vestigden. In de oorlog gingen met name de panden aan de westzijde, inclusief nagenoeg het gehele Marktplein, verloren. Ook de panden aan de oostelijke stadsingang, de Bergpoort, overleefden de beschietingen, zo dicht bij de Grebbelinie, niet.


De Johannes de Doper-kerk met enkele herenhuizen aan het Emmapark, gezien vanaf de Grebbedijk (foto: Luuk Keunen)

Tegenwoordig is deze straat de belangrijkste winkelstraat van de stad. Van de in 1915 genoemde ondernemers zijn er nog weinig aanwezig. In het pand van Hotel-Café-Rest. & Bioscoop “Moderne” bevindt zich tegenwoordig een filiaal van de firma Blokker. Het pand van de firma L.J. ten Horn, verkoper van ijzerwaren en luxe-artikelen, herbergt tegenwoordig een opticiën en kledingwinkel. De prachtige Jugendstil-gevel waarbij de naam van Ten Horn en het soort winkel dat hij dreef, te lezen is, is nog altijd te bewonderen. Alhoewel de familienamen van de winkelpuien zijn verdwenen, zijn van nagenoeg alle genoemde ambachten nog wel hedendaagse varianten te vinden.


De Hoogstraat in Wageningen aan het begin van de 20e eeuw (foto: collectie Luuk Keunen)

De Hoogstraat kent tal van zijstraatjes. Hierin vestigden zich ook al vroeg ondernemers. Deze straten herbergden echter ook andere functies. Zo vinden we op adres Boterstraat A 408 de sociëteit van studentenvereniging Ceres. De in 1878 opgerichte vereniging huurde in feite ruimte bij diverse café’s. Pas in 1926 werd de villa “Veluvia” aan de toenmalige Rijksstraatweg aangekocht. Daar zetelt de vereniging nog altijd.

Een wat chiquere woonbuurt in de binnenstad waren de diverse parken, aangelegd op de vroegere vestingwerken. Een voorbeeld hiervan was en is nog het Bowlespark, waar eens het Wageningse kasteel lag, en het Emmapark, voorheen Westerplantsoen.

Aan het oostelijke einde van de Hoogstraat begint nog altijd de Bergstraat, die leidt naar de Wageningse berg. Aan deze straat staat naast de in 1927 gebouwde rooms-katholieke kerk het bekendste gebouw van Wageningen, namelijk “Hotel de Wereld”. Dit hotel, dat al in de 17e eeuw als zodanig bestond, vormde op 5 mei 1945 het decor voor de onvoorwaardelijke overgave van de Duitse generaal Blaskowitz aan de geallieerde luitenant-generaal Foulkes. Een dag later werd de overgave in de naastgelegen Aula van de Landbouwhogeschool daadwerkelijk ondertekend. Momenteel is “Hotel de Wereld” nog in gebruik bij de Wageningen Universiteit. Op korte termijn zal dit echter weer een hotel worden.


Hotel "de Wereld" voor de Tweede Wereldoorlog, gezien vanuit de Veerstraat (foto: collectie Luuk Keunen)

De Rijksstraatweg, de tegenwoordige Generaal Foulkesweg, was tot de aanleg van de huidige Ritzemabosweg de belangrijkste verbinding van Wageningen via Renkum naar Arnhem. Langs deze weg, die over de bosrijke Wageningse berg loopt, waren vanouds enkele landgoederen gelegen. Dit trok weer andere rijke mensen aan, zodat de Rijksstraatweg de “elitestraat” buiten de stadskern werd.  Zo werd hier in 1850 huize “Hinkeloord” gebouwd, dat in 1915 bewoond werd door H.J. Baron van Doorn van Westcapelle. Spoedig daarna zou het in gebruik worden genomen door de Landbouwhogeschool als Proefstation voor de Bosbouw. Die functie behield het tot 2000, toen het pand werd verkocht aan een projectontwikkelaar. Het huis wordt gerestaureerd en in de tuin worden (helaas) enkele appartementengebouwen gebouwd.

De Rijksstraatweg leidt, zoals gezegd, naar de Wageningse Berg. Dit was een uitstekende plek voor het laten verblijven van gasten. Er stonden dan ook niet minder dan drie hotels op de Wageningse berg. Hiervan zou alleen “Hotel de Wageningse Berg” tot op de dag van vandaag blijven bestaan.


Eenzaam op de berg bij hoog water: Hotel "de Wageningse Berg". De foto is genomen vanaf de veerdam van het "Lexkesveer" (foto: Luuk Keunen)

Net over de Wageningse Berg, op de grens met de gemeente Renkum, ligt nog altijd "Oranje-Nassau's Oord". In 1881 kocht Koning Willem III dit landgoed als zomerverblijf voor zijn gemalin Emma. In 1901 gaf Emma dit pand de bestemming van "sanatorium voor longlijders". Dat was het nog steeds in 1915. A. Schuld was er toen de Geneesheer-Directeur.

Ook aan de andere kant van Wageningen was er bedrijvigheid. Ten zuiden van de stad lagen en liggen nog steeds de uiterwaarden. Daar stonden toen nog diverse steenfabrieken, die de klei uit de uiterwaarden gebruikten voor steenfabricage. Slechts het pand van steenfabriek "de Bovenste Polder" staat er nog. Verder naar het westen staat bij het tegenwoordige natuurgebied "de Blauwe Kamer" nog de steenfabriek van A.J. Bos.
Ook andere functies vonden hun plek nabij de Rijn. Op de plaats waar de eeuwenoude Diedenweg in de vorm van de Holleweg bij de Rijn uitkomt, is nog altijd het Lexkesveer te vinden. Een stoomboot-service of hotel zijn hier al lang niet meer te vinden; een veer nog wel. Pakweg een kilometer naar het westen is langs een oude Rijnstrang nog altijd de Haven te vinden, waar in 1915 Frans Verwoert scheepsbevrachter was.

Aan het westelijke einde van de stad, achter de Nudepoort, lag de buurschap "Nude". Hier was onder meer Stalhouderij annex Hotel "Hof van Gelderland" te vinden, dat in de jaren '70 jammerlijk onder de slopershamer viel. Sinds 2001 staat hier een zeer luxe appartementencomplex.

Nabij de toenmalige Binnenhaven, die over het huidige tracé van de Nijenoord Allee nog verder liep tot aan het kruispunt van de Lawiksche Allee en Costerweg, vormde zich de basis van wat we nu kennen als het "Agro-Business Park". Hier lag de Nieuwe Weg. Het Station voor Maalderij en Bakkerij was er al aanwezig, dat nog de kern vormt van het huidige Nederlandse bakkerswezen.  Het pand van het Rijksproefstation voor Zaadcontrole staat er nog. Momenteel wordt dit verbouwd tot kantoorgebouw.

In 1915 was de Rijks Hoogere Land-, Tuin- en Boschbouwschool al een begrip in Wageningen. Het hoofdgebouw bevond zich aan het huidige Bassecour, en zou daar tot midden jaren '90 van de 20e eeuw blijven. Rond 1993 werd een nieuw hoofdgebouw op Duivendaal geopend. Daar stond onder meer al het pensiongebouw voor studenten, waarin tegenwoordig de Stichting Sociale Huisvesting Wageningen is gehuisvest. 

Wageningen was destijds ook nog per trein bereikbaar. Het stationsemplacement bevond zich op de plek van het huidige busstation aan de Stadsbrink. Het Station Staatsspoor was bereikbaar via telefoonnr. 26. Aangrenzend lag in het centrum de "Stationsstraat". In 1969 werd het treintje langs de Oude Bennekomseweg en Grintweg opgeheven en werden de spoorrails verwijderd.

Dat brengt ons bij de laatste straat die nog besproken wordt: de Grintweg. Het aloude tracé van deze weg liep via de huidige Chuchillweg, Hoevestein, Nijenoordallee en Grintweg richting Bennekom. Nabij het centrum zal nog winkelnering zijn geweest; meer naar het noorden toe waren de aanwonende mensen meer gericht op de landbouw. Halverwege was ook nog wat industrie; er stond de exportmouterij "Nederland", bereikbaar via telefoonnr. 87. Het pand staat er nog steeds en is nu in gebruik als mouterij van Bavaria. Ook stond er vlak daarbij de inmiddels verdwenen boterfabriek "Concordia".


Luuk Keunen, februari 2003

top


Deze pagina is een onderdeel van geneaknowhow.net